Wethouder van Verkeer, Binnenstad en Monumenten
mr drs B.J. Bruins
Gemeente Den Haag

Ons kenmerk
DSO/2005.2075 - RIS 128718
Doorkiesnummer
070 - 353 2751
E-mailadres

Aantal bijlagen

Datum
14 juni 2005

Onderwerp
Aanpak problematiek luchtkwaliteit Veerkaden

Aan de voorzitters van de Commissies Verkeer, Economie en Monumenten en Welzijn, Duurzaamheid en Leidschenveen/Ypenburg

1. Inleiding

Op 1 juni 2005 heeft u in een werkbespreking van de raadscommissies WDLY en VEM gesproken over een mogelijk pakket van maatregelen op de route Veerkaden-Paviljoensgracht-Lutherse Burgwal. Dit was een vervolg op de eerdere besprekingen van het Plan van Aanpak Luchtkwaliteit. In deze brief zal ik, conform mijn toezegging op 1 juni, ingaan op de vervolgstappen zoals die uit de bespreking met uw commissies zijn voortgekomen.

In deze brief ga ik in op:
· het opstellen van een verkeerscirculatieplan;
· de varianten voor herinrichting van de Amsterdamse Veerkade en Stille Veerkade;
· de venstertijden voor vrachtverkeer;
· de beperking van het aantal buslijnen door de binnenstad;
· de inzet van milieuvriendelijke brandstoffen voor de bussen.

2. VCP binnenstad

In de eerder genoemde werkbespreking is verzocht prioriteit te geven aan het opstellen van een verkeerscirculatieplan (VCP), alvorens te besluiten over verdergaande maatregelen op de Veerkades, Paviljoensgracht en Lutherse Burgwal.
Een VCP moet een integrale afweging mogelijk maken ten aanzien van verkeersmaatregelen in en rond de binnenstad. Daarbij gaat het onder meer om de discussie over maatregelen gericht op het weren van doorgaand verkeer en het functioneren van doorgaande routes zoals de CentrumRing. Primair zal de verkeerscirculatie worden bezien voor het gebied binnen de CentrumRing en op de hoofdroutes voor zover deze een schakel vormen tussen de binnenstad en het hoofdwegennet (zoals het Prins Bernhardviaduct en het Schenkviaduct). Het VCP moet leiden tot een besluit omtrent de verkeerscirculatie in en rond de binnenstad en de daarvoor benodigde aanpak en maatregelen, waaronder de mogelijkheid tot doseren.
Het VCP zal in hoofdzaak ingaan op de circulatie van het gemotoriseerd verkeer. Daarvoor moeten de verkeersstromen in kaart worden gebracht en zal een beeld worden gegeven van de verkeersafwikkeling en de milieuaspecten op de diverse routes. De gevolgen voor andere vervoerwijzen zoals de fiets, voetganger en het openbaar vervoer vormen onderdeel van de afwegingen per maatregel/locatie.
Voor het VCP zal worden uitgegaan van de situatie in 2010 (o.a. vanwege de dan geldende normen voor luchtkwaliteit). Er zal een doorkijk worden gegeven naar 2020 met het oog op de ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen op middellange en lange termijn. Het VCP houdt rekening met de uitkomsten van de Parkeerbalans, herinrichtingsmaatregelen (De Kern Gezond) en de plaatsing van pollers in en om het kernwinkelgebied. Vanuit het bestaande functioneren van de stad vloeien een aantal randvoorwaarden voor het VCP voort, zoals: het waarborgen van de bereikbaarheid van de stad voor bestemmingsverkeer (waaronder ook vrachtverkeer), een goede doorstroming van het openbaar vervoer en het handhaven van bestaande bebouwing.
In december zal ik u een VCP voor de binnenstad aanbieden dat u in de gelegenheid stelt om een onderbouwde keuze te maken ten aanzien van de verkeerscirculatie in en rond binnenstad. Deze keuze is leidend voor de daaruit voortvloeiende maatregelen. De opzet en aanpak van het VCP zal ik aan belanghebbenden voorleggen.

3. Herinrichting Veerkaden

Teneinde de voorbereiding van de herinrichting van de Veerkaden niet te laten wachten op de besluiten in het kader van het VCP acht ik het wenslijk om nu reeds een voorkeur voor de herinrichting uit te spreken.
Deze voorkeur en de uitwerking daarvan kunnen dan worden betrokken in het overleg met belanghebbenden.
Ter informatie volgt nog een korte weergave van de varianten:
- Variant 1: normale trottoirs, fietsstroken en een groene, brede middenberm met dubbele bomenrij
- Variant 2: smalle trottoirs, fietspaden en een groene, smalle middenberm met enkele bomenrij
- Variant 3: brede trottoirs met bomen, fietsstroken, geen middenberm
- Variant 4: normale trottoirs, fietspaden, geen middenberm, bomen tussen fietspad en parkeerstrook.

Voor de afweging is een aantal aspecten van belang:
· het comfort en de veiligheid voor de fietser (fietspad of fietsstrook);
· de ruimte voor de voetganger (smalle of brede trottoirs);
· de oversteekbaarheid voor de fietser de voetganger (wel of geen middenberm)
· de aanwezigheid van groen/bomen (enkele of dubbele bomenrij, wel of geen groene middenberm);
· de kans op opstoppingen (wel of niet kunnen uitwijken i.g.v. een stilstaand voertuig);
· het al dan niet nodig zijn van verkeerslichten (opstelruimte voor afslaand verkeer in ruimte middenberm, oversteekbaarheid voor langzaam verkeer).

Beoordeling varianten

Fiets: Vanuit het streven naar zoveel mogelijk vrijliggende fietspaden op hoofdroutes hebben variant 2 en 4 de voorkeur. Bij variant 2 gaat de aanleg van fietspaden ten koste van de breedte van de middenberm (en daarmee van het aantal bomen) en van de breedte van het voetpad. Op de Lutherse Burgwal zal de aanleg van vrijliggende fietspaden niet mogelijk zijn, wegens de beperkte breedte van het profiel. Voor de Paviljoensgracht zal nog een variant worden uitgewerkt

Voetganger: Voor de voetgangers bieden de varianten 1, 2 en 4 door de bredere trottoirs een verbetering ten opzichte van de huidige situatie

Oversteekbaarheid/noodzaak verkeerslichten: Gestreefd wordt naar het beperken van het aantal verkeerslichten, waardoor de doorstroming op de route kan verbeteren. Dit weghalen van verkeerslichten kan alleen gerealiseerd worden indien de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer gewaarborgd is en geen opstoppingen op de route veroorzaakt worden. Dit is het meest haalbaar bij de variant met een brede middenberm (variant 1), aangezien langzaam verkeer in twee delen de weg kan oversteken en er tevens voor linksafslaand verkeer ruimte op de kruising aanwezig is om zich op te stellen. Hoewel de vormgeving van de kruispunten nog niet is uitgewerkt, is wel te stellen dat daar linksafstroken nodig zijn die ten koste gaan van een aantal parkeerplaatsen bij de varianten 3 en 4 (zonder middenberm) of ten koste van een deel van de middenberm bij de varianten 1 en 2.

Groen/bomen: In de huidige situatie bevindt zich in de middenberm een enkele bomenrij (linden). De verwachting is dat bij alle varianten een toename van het aantal bomen gerealiseerd kan worden. Bij variant 1, 3 en 4 worden twee bomenrijen geplant, bij variant 2 een enkele.

Kans op opstoppingen: Bij de varianten 1 en 2 (met middenberm) is de kans op opstoppingen groter, vanwege de beperkte uitwijkmogelijkheden. Variant 2 heeft de grootste kans op opstoppingen (denk aan hulpdiensten), vanwege de smalle rijloper met weinig uitwijkmogelijkheden. Bij de varianten 3 en 4 (zonder middenberm) is deze uitwijkmogelijkheid er wel, al zal daardoor dubbelparkeren wellicht vaker voorkomen.

Parkeren: Bij alle varianten verdwijnen parkeerplaatsen. Hoeveel precies moet blijken bij de uitwerkingen van de profielen. Vervangende parkeergelegenheid zal gevonden moeten worden in garages als de Veerkadengarage en de Parking Lutherse Burgwal. Dit betekent een stijging van de kosten voor bewoners die in een garage een abonnement nemen. In uw commissie is geen opmerking gemaakt over het opheffen van parkeerplaatsen (in alle varianten) zodat ik er van uit ga dat dit voor u een acceptabel gevolg is van de voorliggende varianten.

Conclusie
Naar aanleiding van bovenstaande beoordeling geef ik in overweging om zowel variant 1 als 4 uit te werken en in het overleg met belanghebbenden in te brengen. Variant 1 heeft het meest gestrekte profiel en tevens de beste mogelijkheid om het aantal verkeerslichten-regelingen (en de kans op oponthoud daardoor) op de route te verminderen. Variant 4 geeft verkeerskundig het beste profiel met vrijliggende fietspaden.
Door gelijktijdig twee varianten uit te werken en in het overleg te betrekken verwacht ik een goede afweging mogelijk te maken tussen de meest ingrijpende ontwerpprincipes (wel/geen middenberm en wel/geen fietspad) om daarop de definitieve keuze voor een variant te kunnen bepalen.

4. Venstertijden vrachtverkeer

In mijn brief van 17 mei heb ik aangeven venstertijden voor vrachtverkeer te willen instellen. Bij dit voornemen heb ik aangekondigd dat nader onderzoek nodig is naar:
· het waarborgen van de binnenstadsdistributie;
· de effecten van een dergelijke maatregel op de uitstoot in een groter gebied (gebruik andere routes),
over de dag (rijden op andere tijden) en het aantal voertuigen (gebruik van andere/kleinere voertuigen)
· de handhaving (geen afsluiting door middel van pollers mogelijk, visuele controle nodig).

Voorafgaand aan de invoering zullen ook de volgende aspecten worden bezien:
- de afstemming van de voorgestelde venstertijden op die voor het voetgangergebied;
- de instelling van venstertijden in een groter gebied om het gebruik van andere ongewenste routes of het ontstaan van "fuiken" tegen te gaan;
- de mogelijke verschuiving van vrachtverkeer naar de ochtendspitsperiode.
- de mogelijkheid van een koppeling van venstertijden aan een ontheffing voor schone motoren en vrachtwagens met roetfilters om een groter positief milieueffect te behalen (inzetten schone vrachtwagens op ten minste de routes in de binnenstad).

De instelling van venstertijden vraagt om overleg met belanghebbenden ter voorbereiding van de besluitvorming (samenspraak). Daardoor wordt de transportsector tijdig geïnformeerd en kan in de uitvoering mogelijk meer maatwerk worden geleverd. Dit vooroverleg moet ertoe leiden dat bezwaren tegen deze maatregel beperkt blijven en de procedure voor het nemen van een verkeersbesluit (inclusief inspraak en mogelijke bezwaarprocedures) beperkt kan blijven tot enkele maanden (bezwaren kunnen de introductie vele maanden tegenhouden).
Om een (stads)brede afweging te maken over het (middel)zwaar verkeer, de economische en bereikbaarheids effecten en de milieueffecten, wordt inmiddels gewerkt aan een notitie Zwaar Verkeer in Den Haag. Hierin zullen de effecten van verschillende maatregelen omtrent toegang van het (middel)zwaar verkeer worden verkend, en een uitspraak worden gedaan naar de meest effectieve maatregelenpakketten voor de hele stad. Onder andere wordt bekeken wat de precieze maatregelen en effecten in het stadsdeel Centrum in Amsterdam zijn (geweest) bij het invoeren van een 7,5 tons-restrictie. De notitie Zwaar Verkeer verwacht ik dit najaar af te ronden. Het instellen van venstertijden voor vrachtverkeer kan, na het doorlopen van de procedure voor het hiervoor benodigde verkeersbesluit, in het tweede kwartaal van 2006 geëffectueerd worden.

5. Buslijnen door de binnenstad

Zoals in mijn brief van 17 mei al genoemd kan het aantal bussen op de Veerkades beperkt worden van 800 per dag in 2003 tot ca. 200 per dag in 2006.
Door de inkorting van de streekbuslijnen 123 en 130 gedurende een groot deel van de dag tot aan de Lijbaan is reeds een deel van de bussen (ca 200/dag) van de Veerkades verdwenen.
U heeft in meerderheid uw steun uitgesproken voor een verdere beperking van het aantal bussen op deze route door:
· de buslijnen 25 en 130 met ingang van de dienstregeling 2006 (vanaf december 2005) een eindpunt op de Prinsegracht te geven (nabij de Jan Hendrikstraat);
· de streekbussen die momenteel in verband met de verschillende werkzaamheden tijdelijk niet verder rijden dan Den Haag Zuidwest niet meer te laten terugkeren naar de Veerkadenroute vooruitlopend op de geplande definitieve inkorting per december 2006.

Deze beperking van het aantal bussen met een route door de binnenstad zal leidend zijn voor de standpuntbepaling van de gemeente Den Haag bij de besluitvorming door het stadsgewest Haaglanden over dienstregeling voor 2006.

6. Milieuvriendelijke brandstoffen voor bussen

Na de effectuering van de hierboven genoemde wijzigingen in het buslijnennet resteert vanaf 2006 alleen buslijn 18 op de Amsterdamse Veerkade. Deze buslijn heeft immers een belangrijke rol in de ontsluiting van de Stationsbuurt.
Het Stadsgewest Haaglanden beziet reeds of en, zo ja, hoe het gebruik van milieuvriendelijker brandstoffen mogelijk is. Deze alternatieven worden afgezet tegen het gebruik van diesel, roetfilters en de aangescherpte Europese normen voor motoren. In dit verband zal ook aardgas als alternatieve brandstof worden bezien op de effecten en mogelijkheden. Bij en keuze een alternatieve brandstof zal ik mij inzetten om de bussen op lijn 18 als eerste een dergelijke overgang te laten maken. In dit kader zal ik ook nader overleg voeren met de HTM om de mogelijkheden te bezien voor een overgang op milieuvriendelijker brandstoffen of technieken. Ik zal u over de ontwikkelingen op dit gebied in het najaar van 2005 nader informeren.

7. Samenvattend overzicht

In het kader van de aanpak van de luchtkwaliteit op de Veerkaden, mede gelet op uw discussie in de werkbespreking van 1 juni jl. ga ik uit van een aanpak bestaande uit:
- het opstellen van een verkeerscirculatieplan en het voorleggen hiervan aan uw commissie in december 2005;
- het uitwerken van de varianten 1 en 4 voor de Amsterdamse Veerkade en Stille Veerkade; (vooralsnog ga ik uit dat een voorlopig ontwerp medio september beschikbaar is, zoals genoemd in mijn brief van 17 mei j.l.)
- het uitvoeren van nader onderzoek naar de instelling van venstertijden voor vrachtverkeer (beschikbaar najaar 2005);
- het alleen nog laten rijden van buslijn 18 via de Amsterdamse Veerkade als uitgangspunt nemen bij de besluitvorming over de dienstregelingen voor 2006 (ingangsdatum december 2005);
- een verkenning van de inzet van milieuvriendelijke brandstoffen voor de stadsbussen (waarover te rapporteren in het najaar 2005).


De wethouder van Verkeer, Binnenstad, en Monumenten,




mr drs B.J. Bruins







Postadres: Postbus 12 600, 2500 DJ Den Haag
Telefoon: 070 - 353 2751
Bezoekadres: Spui 70, Den Haag
Fax: 070 - 353 3065
Internetadres: www.denhaag.nl
document: http://www.denhaag.nl/Docs/college//20050615%20RIS%20128718.pdf